Ik ben niet fotogeniek en vind een fotoshoot spannend
We hebben nog geen foto gemaakt. We lopen alleen nog maar vanaf de auto naar de plek waar ik wil beginnen en toch hoor ik het regelmatig al: “Ik moet je wel even waarschuwen, ik ben echt niet fotogeniek.” Vaak gevolgd door een partner die daar natuurlijk direct iets van vindt. En vijf minuten later staan jullie voor mijn camera en blijkt iets wat je iedere dag zonder nadenken doet ineens verrassend ingewikkeld: gewoon naast elkaar staan.
Je weet ineens niet meer waar je normaal je handen laat. Je vraagt je af of je rechtop moet staan of juist niet, of je naar mij moet kijken en zodra ik mijn camera omhoog breng voel je waarschijnlijk ook nog precies wat je gezicht aan het doen is.
En dan heb ik nog nauwelijks een foto gemaakt.
Dat eerste stukje van een reportage herken ik inmiddels heel goed. De meeste mensen die voor mijn camera staan, doen dat niet iedere week. Ze hebben geen geoefende pose klaar en weten niet automatisch wat ze moeten doen zodra iemand een camera op ze richt.
Gelukkig verwacht ik dat ook helemaal niet van jullie.
Bijna niemand komt binnenlopen als professioneel fotomodel
Het beeld dat mensen vooraf van een fotoshoot hebben, is soms best grappig. Alsof je op locatie aankomt, ik mijn camera pak en jullie vervolgens precies moeten weten hoe je moet staan, waar je moet kijken en wat je met je handen moet doen.
Dat zou ik zelf trouwens ook verschrikkelijk vinden.
Daarom beginnen we meestal helemaal niet met een ingewikkelde pose. We praten eerst even, lopen een stukje en ondertussen vertel ik waar we beginnen. Misschien zet ik jullie naast elkaar en vraag ik je om wat dichter tegen je partner aan te gaan staan. Of jullie lopen een stukje terwijl ik fotografeer.
Niet omdat wandelen op zichzelf nu zo’n spectaculair fotomoment is, maar omdat bewegen vaak veel makkelijker voelt dan ergens stilstaan terwijl je denkt: en nu moet ik er dus leuk uitzien.
En dan zijn daar ineens je handen
Handen zijn tijdens de eerste minuten van een reportage blijkbaar fascinerende dingen. In het dagelijks leven heb je ze de hele dag bij je en denk je er geen seconde over na. Totdat er een camera op je gericht staat.
Dan voelt iedere plek ineens verkeerd.
Stop ik ze in mijn zak? Laat ik ze hangen? Moet ik mijn partner vasthouden? Is dit raar? Waar had ik mijn hand net eigenlijk?
Dat hoef je dus niet zelf op te lossen. Als iets op beeld onrustig oogt of ik wil dat je net iets anders gaat staan, dan zeg ik dat. Misschien vraag ik je om een hand in een zak te stoppen, je partner vast te pakken of je kind op te tillen.
En vaak hoef ik na een tijdje steeds minder te zeggen, omdat je dan niet meer zo bezig bent met waar ieder lichaamsdeel zich precies bevindt.
Ik laat jullie liever iets doen dan mooi staan
Tijdens een reportage geef ik kleine opdrachtjes. Niet de hele tijd en ook niet omdat ik ieder beeld vooraf precies wil bepalen, maar omdat het veel makkelijker is om iets te doen dan om “spontaan” te moeten zijn terwijl iemand naar je kijkt door een camera.
Ik laat jullie bijvoorbeeld een stukje lopen. Vraag je om dicht tegen je partner aan te gaan staan. Misschien moet je hem iets influisteren waarvan ik vooraf al weet dat de reactie waarschijnlijk leuker wordt dan wanneer ik simpelweg vraag of jullie even naar elkaar willen lachen.
Bij een gezin kan dat betekenen dat jullie samen met de kinderen rennen, iemand optillen of even op de grond gaan zitten. Tijdens een zwangerschapsreportage is het vaak juist wat rustiger en laat ik jullie samen lopen, dichtbij elkaar staan of geef ik kleine aanwijzingen voor je houding.
Zo ontstaat er iets om op te reageren. Je bent niet meer alleen bezig met mijn camera, maar vooral met degene die naast je staat.
De eerste minuten voelen meestal het vreemdst
Dat vind ik ook helemaal niet gek. Je komt aan op een plek, misschien hebben we elkaar alleen tijdens de kennismaking gesproken en dan staat er ineens iemand met een camera voor je neus. Je bent je in het begin gewoon wat bewuster van jezelf.
Daarom verwacht ik ook niet dat de eerste foto meteen de foto wordt die straks groot aan de muur hangt.
Die eerste minuten gebruik ik net zo goed om te kijken hoe jullie samen bewegen. Wie pakt vanzelf de hand van de ander? Wie maakt de grapjes? Wie heeft even wat meer aanwijzing nodig en wie vergeet na drie minuten al bijna dat ik er ben?
Ondertussen wennen jullie aan mij.
En ergens onderweg gebeurt meestal hetzelfde: de schouders zakken wat, het gesprek gaat weer ergens anders over en je stopt met nadenken over iedere keer dat ik mijn camera omhoog breng.
“Maar op foto’s vind ik mezelf nooit leuk”
Dat is iets anders wat ik vaak hoor. Je hebt waarschijnlijk genoeg foto’s van jezelf gezien waarop je meteen wist wat je er niet mooi aan vond. Een snelle foto op een verjaardag. Een telefoon die precies vanaf een hoek fotografeerde waarvan je achteraf denkt dat niemand ooit nog vanuit die richting een foto van je mag maken. Of een groepsfoto waarop jij vooral naar jezelf kijkt terwijl je eigenlijk geen idee hebt wat de andere zes mensen op die foto doen.
We zijn daar behoorlijk goed in.
Als ik een reportage fotografeer, kijk ik natuurlijk wel naar hoe het beeld eruitziet. Ik let op licht, houding, compositie en de hoek van waaruit ik fotografeer. Als ik zie dat een kleine verandering mooier werkt, dan stuur ik daarin.
Maar ik wil niet dat je daardoor de hele reportage bezig bent met hoe je lichaam staat of hoe je gezicht eruitziet. Uiteindelijk wil ik veel liever dat je op een foto terugziet hoe je naar je kind keek, hoe je partner je vasthield of hoe hard jullie moesten lachen om iets wat waarschijnlijk vijf minuten later alweer vergeten was.
Je hoeft ook niet de hele tijd naar mij te kijken
Dit is er eentje waar veel mensen zichtbaar van opknappen zodra ik het zeg.
Je hoeft tijdens een reportage namelijk helemaal niet voortdurend naar mijn camera te kijken. Sterker nog, bij veel foto’s wil ik juist dat jullie aandacht bij elkaar ligt.
Natuurlijk maak ik ook een paar beelden waarop jullie wel mijn kant op kijken. Zeker tijdens een gezinsreportage vind ik het fijn als er ook een foto tussen zit waarop het hele gezin herkenbaar samen staat.
Maar daarna mag die aandacht weer weg van mij. Praat met elkaar. Kijk naar je kind. Trek je partner dichter tegen je aan. Lach om hem als hij precies het tegenovergestelde doet van wat ik net vroeg.
Ik red me wel aan de andere kant van de camera.
Wat als je iets aan jezelf echt niet mooi vindt?
Dan mag je dat gewoon tegen me zeggen. Misschien heb je een kant van jezelf die je prettiger vindt op foto’s, ben je ergens onzeker over of is er iets waar je graag rekening mee wilt houden.
Ik vind het veel fijner om dat vooraf te weten dan wanneer jij de hele reportage met die gedachte rondloopt. Ik kan daar tijdens het fotograferen rekening mee houden zonder dat we er vervolgens ieder kwartier opnieuw over hoeven te beginnen.
Tegelijk ga ik je niet gedurende de hele reportage uit elkaar trekken en opnieuw opbouwen tot een versie die alleen voor de camera bestaat. Je moet jezelf straks nog wel herkennen.
En het liefst niet alleen aan je kleding.
Met kinderen vergeet je de camera vaak nog sneller
Bij gezinsreportages heb je wat dat betreft een voordeel: kinderen geven je meestal weinig tijd om uitgebreid over jezelf na te denken.
Terwijl jij je misschien nog afvraagt of je goed staat, heeft je peuter besloten dat hij opgetild wil worden. Je oudste rent weg, iemand wil op je rug en voor je het weet ben je vooral bezig met je gezin in plaats van met mij.
Dat is precies waarom ik niet probeer iedereen voortdurend terug te zetten in een pose. Als jij je kind oppakt omdat hij bij je wil zijn, dan hoef je eerst niet aan mij te vragen of dat “mag”. Ik kijk wel hoe ik het fotografeer.
Vaak zijn dat juist de momenten waarop iemand die vooraf vertelde absoluut niet fotogeniek te zijn ineens heel ontspannen voor mijn camera staat.
Omdat je op dat moment helemaal niet meer probeert fotogeniek te zijn.
Je hoeft voor een reportage niets te kunnen
Dat is uiteindelijk misschien het belangrijkste wat ik je vooraf kan vertellen. Je hoeft niet te weten welke houding mooi is. Je hoeft geen poses op Pinterest op te slaan om thuis alvast te oefenen en je hoeft al helemaal niet ineens iemand te worden die zich fantastisch voelt zodra er een camera verschijnt.
Dat laatste mag trouwens wel. Scheelt mij weer werk.
Maar voor de meeste mensen werkt het anders. Die hebben gewoon even tijd nodig om te wennen en iemand aan de andere kant van de camera die zegt wat fijn werkt, zonder van ieder moment een pose te maken.
Dat is hoe ik mijn reportages aanpak. Ik geef richting als je die nodig hebt, laat het los zodra het vanzelf gaat en kijk ondertussen naar wat er tussen jullie gebeurt.
En die opmerking aan het begin van de reportage?
“Ik ben echt niet fotogeniek.”
Die onthoud ik meestal wel.
Niet omdat ik vervolgens de hele reportage bezig ben om het tegendeel te bewijzen, maar omdat ik het grappig vind hoe vaak iemand die dat bij aankomst nog heel stellig zei twintig minuten later door het gras loopt, zijn kind optilt of tegen zijn partner aan staat en allang niet meer bezig is met mijn camera.
En meestal is dat precies waar ik naartoe wilde.
Voor mijn camera
Je hoeft niet te weten wat je moet doen.
Tijdens mijn reportages geef ik jullie kleine aanwijzingen en opdrachtjes waar dat helpt. Niet om van jullie een perfecte pose te maken, maar zodat je niet zelf hoeft te bedenken wat je met je handen, je blik of de rest van jezelf moet doen. Dat stuk neem ik wel voor mijn rekening.